Bennie wordt geboren in Weerselo, vlak bij het kanaal. Zijn moeder overlijdt aan een longontsteking als hij nog maar één jaar oud is. Zijn vader speelt geen rol in zijn leven. Bennie groeit op in het gezin van zijn oom in Tubbergen.
"Ik heb het daar goed gehad," vertelt hij. "Mijn oom heeft goed voor mij gezorgd." Toch bleef er ook veel onuitgesproken. "Vroeger werd je niets verteld," zegt hij. "Ik wist niet beter dan dat ik Bennie Snijders heette. Pas toen ik een paspoort nodig had, ontdekte ik dat mijn achternaam eigenlijk Snijders was en geen Stopel."
Als kind sliep hij samen met zijn oma in de bedstee. Het zijn herinneringen die nog altijd levendig zijn. Net als die ene ontmoeting met zijn vader. "Ik heb hem één keer gezien, in café Van Olffen in Weerselo. Meer herinneringen heb ik eigenlijk niet."
De liefde van zijn leven ontmoet hij op de ijsbaan in Albergen. Truus, afkomstig uit Geesteren, verovert zijn hart. Lachend vertelt hij over hun eerste kennismaking.
"Toen we bij haar thuis kwamen, vroeg haar moeder hoe oud ik was. Ik zei dat ik achttien was, maar eigenlijk was ik nog maar zestien." Hij kijkt met een glimlach terug. "Ze komt uit een fijne familie. Ik heb daar altijd goed contact mee gehad."
Bennie en Truus bouwen samen een leven op. Ze krijgen een zoon en een dochter, later gevolgd door twee kleindochters.
Zijn werk betekent veel voor hem. Maar liefst 44 jaar rijdt hij als chauffeur voor Machinefabriek Kiekens. Binnen het bedrijf staat hij bekend als de 'King of the Road'. Op een tafeltje in zijn kamer ligt nog altijd de afscheidsbrief die hij bij zijn pensionering ontving. Wanneer de boekhouder van Kiekens verhuist naar een eigen woning, krijgen Bennie en Truus de kans om zijn huis in Almelo te betrekken.
Stilzitten is na zijn pensioen niets voor Bennie. Hij zat bij de reservepolitie en hij coördineerde vanuit huis ’s avonds de alarmcentrale van de Dierenbescherming. Zijn liefde voor autorijden zet hij voort als vrijwillig chauffeur bij Het Meulenbelt. Jarenlang brengt hij bewoners en medewerkers veilig naar hun bestemming. "Ik heb toen altijd gezegd: als ik ooit lichamelijk of cognitief achteruitga, dan wil ik graag in Het Meulenbelt wonen."
Die wens is inmiddels werkelijkheid geworden. Zijn vrouw Truus woont nog thuis, maar ze zien elkaar gelukkig geregeld.
Naast zijn werk als onder meer chauffeur zette Bennie zich ook 22 jaar lang in als vrijwilliger bij de Sint Jozefkerk in Almelo. Hij verzorgde avondwakes en hielp bij uitvaarten. "Dat was mooi werk. Ik heb daar veel mooie herinneringen aan."
Als hij terugkijkt op zijn leven, hoeft hij niet lang na te denken over de belangrijkste les die hij wil doorgeven. "Wees altijd eerlijk. Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar wel." Misschien hebben die woorden ook wel iets te maken met zijn eigen levensverhaal.