In het kader van de Dag van de Mantelzorg – 10 november
Al veertien jaar wonen ze samen op één erf. Sylvia Maathuis - Vaanholt woont er met haar man René en hun gezin. In de kangoeroewoning naast hen woont haar schoonmoeder Sien Maathuis (95). Ook dochter Jose Reekers - Maathuis komt iedere week langs. Samen kijken ze naar Sien om. Niet omdat het moet, maar omdat het vanzelfsprekend voelt.
“Het sluipt er eigenlijk vanzelf in”, vertelt Sylvia. “Je kijkt naar elkaar om en met de jaren doe je steeds een beetje meer. Alles wat je doet, lijkt maar kort te duren. Even helpen met de steunkousen, iets meenemen of een boodschap doen. Maar alles bij elkaar is het misschien toch best veel.”
Een briefje met boodschappen
De zorg voor Sien is verdeeld over de familie. Iedere zaterdagochtend doet haar zoon de boodschappen. Dan ligt er een briefje klaar met wat ze nodig heeft. José komt wekelijks langs voor de gezelligheid en om eenzaamheid tegen te gaan. En Sylvia en haar gezin helpen onder andere met de dagelijkse verzorging.
Zo komt de thuiszorg 's ochtends voor het aantrekken van de steunkousen, maar 's avonds helpt iemand uit het gezin Sien weer uit de kousen en naar bed. Ook de uiterlijke verzorging nemen ze voor hun rekening. “Zo zet ik bijvoorbeeld iedere week haar rolletjes.”
Sien woont nog zelfstandig en kan veel zelf. Toch verandert er met het ouder worden ook steeds iets. Sinds kort kookt ze niet meer zelf en krijgt ze kant-en-klare maaltijden. Natuurlijk schuift ze ook regelmatig aan bij haar zoon en schoondochter. Omdat veel mensen om haar heen zijn weggevallen, gaat ze binnenkort ook naar de dagbesteding in Langeveen. Zo blijft er ruimte voor ontmoeting en gezelligheid.
Een dubbele pet: zorgprofessional én naaste
Wat het verhaal van Sylvia en José extra bijzonder maakt, is dat ze allebei bij TMZ werken. Ze zijn allebei werkzaam in de wijkverpleging, maar niet in de wijk waar hun (schoon)moeder woont. Daardoor bekijken ze de zorg voor Sien vanuit twee verschillende rollen: die van zorgprofessional en die van naaste. José heeft bijvoorbeeld weleens moeten invallen bij haar eigen moeder. Dan hielp ze haar ook met douchen. “Dat vonden we allebei geen probleem.”
Die combinatie maakt dat ze goed zien hoe belangrijk de samenwerking tussen zorgprofessionals, cliënten en naasten is. “Als zorgverlener stimuleer je cliënten om zoveel mogelijk zelf te blijven doen. Maar je ziet ook dat naasten soms best iets kunnen betekenen. Dat hoeft helemaal niet groot te zijn. Tien minuten op een dag kan al genoeg zijn.”
Aandacht doet wonderen
Hun boodschap aan andere naasten is dan ook duidelijk: onderschat niet wat je zelf kunt betekenen. “Cliënten zijn soms heel bescheiden en zeggen bijvoorbeeld dat hun kinderen het druk hebben en geen tijd hebben. Maar je hoeft niet altijd iets te doen. Alleen even langskomen of vragen hoe het gaat, kan al heel veel betekenen.”
En hoe kijken ze zelf naar de Dag van de Mantelzorg op 10 november? Voelen ze zich mantelzorger? Sylvia moet lachen. “Voor ons is het een dag als alle andere. Ik voel me ook niet echt een mantelzorger. Je doet het gewoon voor elkaar. Zeker omdat je schoonmoeder ouder wordt, is het vanzelfsprekend dat je naar elkaar omkijkt.”
Ze realiseert zich wel dat mantelzorg voor iedereen anders is. “Ik denk dat het een heel andere dimensie heeft als je bijvoorbeeld voor je partner zorgt.” Ook bij haar eigen moeder, die nog geen zorg nodig heeft, kijkt Sylvia regelmatig even om de hoek. En ze belt iedere dag even om te vragen hoe het gaat.
Want dat is misschien wel de belangrijkste boodschap van Sylvia en José: mantelzorg zit niet altijd in grote zorgtaken. Soms zit het juist in die kleine momenten. Even bellen, een boodschap meenemen of samen een kop koffiedrinken. Je hoeft niet altijd iets te doen om veel voor iemand te betekenen.
